AllingawierDit terpdorp ligt tussen Makkum en Exmorra. Niet ver van de Grote Kerk ligt Het Friese Museumdorp Allingawier. Dit authentieke Fries terpdorpje is langs een vaartje gelegen en telt naast twee kerken, een boerderij en een kruidenierswinkel nog vele andere gebouwen die uitnodigen tot een bezoek. Het eerste gebouw dat we bezochten was een kerk uit 1634. Zeer eenvoudig van inrichting maar zeker een bezoek waard omdat naast een tentoonstelling van schilderijen we ook een drankorgel zagen. Dit originele drankorgel uit 1850 is een constructie van opeengestapelde vaten in de vorm van een orgel. De drank werd uit grotere vaten overgepompt naar de vaten in dit orgel. Deze vaten hadden een kraan waarmee de drank kon afgetapt worden in een maat.

Dit drankorgel stond eerst bij Douwe Egberts de Jong (die van de koffie). Maar omdat mensen ook ’s zondags drank kwamen kopen en dit in strijd was met de geloofsovertuiging van de familie de Jong werd het drankorgel verkocht. Het stond nog lang in Lemmer bij een slijterij die zelf zijn drank maakte. Toen deze firma er rond 1960 mee stopte kwam het drankorgel even later in de kruidenierswinkel in Exmorra te staan. Sinds 2016 staat het in Allingawier. We staken via de brug het vaartje over en wandelden langs deze vaart naar het haventje van het museumdorp. Hier lag het oude “Eelkje”, een skûtsje uit 1912.Hier krijg je ook een idee van het uitgestrekte veengebied achter het dorp.
Voor we naar de grote boerderij gingen, liepen we langs het kleine arbeidershuisje “Age’s Hûske”: een huisje bestaande uit één kamer: een bedstee, kachel, een tafel en stoelen. Meer had een familie in die tijd niet ter beschikking. De boerderij “De Izeren Ko” of ijzeren koe werd gebouwd rond 1700 en kon 14 melkkoeien van het wereldberoemde Friese stamboekvee huisvesten. De melk werd hier tot zuivel verwerkt. Onder de prachtige opkamer lag de melkkelder waar de melk werd afgeroomd. De verse melk werd in koperen ketels bewaard. Elke dag werd de room eraf geschept en in de karnton gedaan. Het karnen werd gedaan met behulp van een paard dat rond een molen liep en zo het karnmechanisme aandreef. Later werd de boter nog gezouten en werd het merkteken van de boerin op aangebracht. Tussen de melkkelder en de opkamer ligt het tussenkamertje. Hier woonde men enkel in de winter als het vee op stal stond. Men liet dan de deur naar de stal open staan voor de warmte. Deze plaats heeft een eenvoudig meubilair en een bedstee met een bovenbed en een onderbed. Dit laatste was voor de kinderen maar werd ook als opslagplaats voor aardappelen gebruikt. De opkamer werd bewoond door het ouderpaar en diende ook om bezoekers te ontvangen. Er waren verschillende stallen. De Platte Stal werd in de winter gebruikt om jongvee te stallen. In de zomer werd deze ruimte grondig gekuist en diende dan als woonverblijf van de familie. In de Grote Stal zie je aan de zijkant een bedstee met het knechtenbed. De knecht sliep het ganse jaar in de stal. In de knechtenkist bewaarde hij zijn kleding. In de schuur staan verschillende landbouwwerktuigen uitgestald en worden er ook zes ulenborden beschreven. Over deze ulenborden die al in de 17e eeuw voorkwamen is al veel geschreven. Oorspronkelijk werden ze gebruikt om de aansluiting van de dakvlakken te beschermen. Waarom ze ulenborden heten is niet geweten, enkele oude ulenborden hebben inderdaad een opening voor uilen maar dat deze borden dienden om de ingang van een uilenwoning mooi te versieren is niet zeker. De meeste ulenborden hebben geen figuren langs de kant maar toch hebben er veel zwanen aan de zijkanten. Waarom juist zwanen is ook een vraagteken. De meeste ulenborden zijn wit maar je ziet ze ook in andere kleuren.
In de smederij werden werktuigen gemaakt. Zowel gereedschap voor de boer en de visser als keukengerei voor de boerin werden hier door de smid gemaakt. Ook de hoefijzers voor de paarden werden hier geslagen. Hier vlakbij staat het kleinste kerkje van Friesland. Op het einde van de 19e eeuw splitsten enige inwoners van Allingawier zich af van de Nederlandse Hervormde Kerk en deze Gereformeerden bouwden een eigen kerk. Van hieruit gingen we naar de Schilders Werkplaats met zijn vele verfpotten en borstels. Vooraleer we een koffie gingen drinken in het restaurant namen we een kijkje in de bakkerij waar ze net de typische Friese drabbelkoeken aan het maken waren. Dit zijn koeken die op een speciale manier volgens een oud recept worden gemaakt. In de gruttenwinkel kochten we zo’n drabbelkoeken en Boerentrots (een soort advocaat). In koffiehuis “De Meermin” dronken we koffie en aten we poffertjes. Een bezoek aan Allingawier is zeker een aanrader.

Allingawier

Allingawier

Allingawier

Allingawier

Allingawier

Allingawier

Allingawier

Allingawier

Allingawier

Allingawier